Ga naar de inhoud

Bibliotheek / Beisbroek

img

1543-1642, een eeuw Copernicanisme : ook voor de Zuid-Nederlander?

Code: GES0580
Auteurs: Philips Steve
ISBN: GES580
Korte beschrijving: 1642, een eeuw Copernicanisme: ook voor de Zuid Nederlander? (Steve Philips) home lijst scripties inhoud vorige ... volgende 4.1 Van Aristoteles tot Galileï. Het Copernicanisme is een onderdeel van de grote Wetenschappelijke Revolutie, die in de tweede helft van de zestiende eeuw begon. Deze verandering in de gedachten schudde in de loop der tijden definitief het oude aristotelische-ptolemeïsch of geocentrisch wereldbeeld door elkaar. Aristoteles (384 – 322 v. Chr.) ging ervan uit dat de aarde het centrum van het heelal vormde. Volgens hem waren er ook vier oerelementen: aarde, water, lucht en vuur. In hun zuiverste toestand werden ze de vier aardse sferen genoemd. Deze bevonden zich in het ondermaanse. Buiten het ondermaanse trof men een ring van zeven bolvormige lagen uit ether (de vijfde materie) aan. Elk van deze lagen of sferen bevatte een planeet. De toen gekende planeten waren: Zon, Maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter, Saturnus. Daaromheen was het firmament, een achtste sfeer met de vaste sterren erop gemonteerd. De buitenste bewegende sfeer, die alle andere sferen in beweging zette, werd aangeduid als het Primum Mobile. Daarachter bevond zich het verblijf van God, in aristotelische termen als de Onbewogen Beweger aangeduid. . Alles wat zich buiten het ondermaanse bevond, was ook niet aan verandering onderhevig en volmaakter dan de aardse ‘zaken’. Daarom werd een komeet in het aristotelisch denken als iets ondermaans beschouwd.